Toen de familie Robinson hoorde dat ze hun tweede kind verwachtten, besloten ze naar het platteland te verhuizen en een hond te adopteren. In een asiel werden ze geraakt door een pitbull genaamd Benson – een hond met een pijnlijke en moeilijke geschiedenis.

In het begin was Benson wantrouwend en hield hij afstand van volwassenen, maar – tot ieders verbazing – raakte hij meteen geïnteresseerd in het kind.
De jongen ging naast hem zitten en las hem rustig verhaaltjes voor. Na een paar dagen begon Benson zijn hoofd op zijn schoot te leggen en binnen een week week hij niet meer van zijn zijde. Na verloop van tijd won hij het vertrouwen van het hele gezin.
Toen de kleine Emma geboren werd, werd Benson haar stille, waakzame beschermer. Hij lag onder het bedje en observeerde al haar bewegingen. Hij besnuffelde vaak zachtjes haar vingers en likte haar hand wanneer ze binnen handbereik was.

Op een nacht werd het hele huis wakker van een plotseling, aanhoudend geblaf. Benson blafte niet zomaar, hij huilde, krabde aan de vloer, gromde en rukte aan het bedje. De doodsbange Robinsons renden de kamer in, voorbereid op het ergste.
Wat ze zagen overtrof hun angsten: de kleine Emma ademde niet.
Artsen stelden later de diagnose slaapapneu – een zeldzame maar ernstige aandoening. Zonder Bensons onmiddellijke reactie had de tragedie kunnen toeslaan. Dankzij zijn instinct werd het meisje op tijd gered.
Vanaf dat moment was Benson geen gewone hond meer. Hij werd een held.
Mevrouw Robinson zegt vaak: «Wij hebben hem gered, maar hij heeft onze dochter gered.»